Ingrediënten

VOOR HET DEEG
225 g bloem
125 g boter, in blokjes gesneden
30 g basterdsuiker
1 ei, losgeklopt
VOOR DE VULLING
4 grote appels (ongeveer 1,2 kg), geschild,  in kleine blokjes gesneden
150 g witte basterdsuiker
275 g verse bramen
2 el water
VOOR HET KRUIMELDEEG
175 g bloem
100 g boter, in blokjes
50 g havermout
100 g rietsuiker
50 g hazelnoten, geroosterd en grof gehakt
Slagroom

Zo maak je het

  1. Verwarm de oven voor op 200°C.
  2. Voor het deeg: meng eerst de bloem en boter in een kom.
  3. Voeg daarna de suiker, het ei en 1-2 eetlepels koud water toe en kneed het tot een glad deeg.
  4. Bekleed de taartvorm met het deeg en zet het 15 min. in de koelkast.
  5. Bak daarna de bodem in 12- 15 min. bruin. Verlaag de oventempratuur naar 160 °C. Laat de bodem buiten de oven afkoelen.
  6. Voor de vulling: voeg de appels, suiker en water toe in een pan. Laat het 10 - 15 min. zachtjes sudderen totdat de appels zacht zijn maar wel hun vorm behouden.
  7. Voeg de bramen toe en laat 5 min. verder sudderen. Zet de pan van het vuur en laat het fruit afkoelen.
  8. Het kruimeldeeg: meng bloem en boter in een kom tot het lijkt op broodkruimels. 
  9. Giet van het fruit het vruchtensap af maar bewaar het sap. Verdeel het fruit over de taartbodem en strooi het kruimeldeeg erover. Bak de taart op 200 °C in 20 – 25 min. krokant.
  10. Laat het vruchtensap indikken in 3-4 min.
  11. Serveer de taart met de vruchtensaus en slagroom.